19.3.26

Bangkok: met de longtail door de khlongs en naar Wat Arun

We hadden twee dagen om Bkk te verkennen. Dat was dus een kwestie van keuzes maken. Ons hotel hadden we zo uitgezocht dat we in het levendige centrum zaten met veel eetgelegenheden en leuke winkeltjes, terwijl we ook niet ver van de belangrijkste bezienswaardigheden verwijderd waren. In principe op loopafstand, maar bij 30° bleek onderweg de tuktuk een leuke en welkome variatie. Door wat toevalligheden weken we van ons oorspronkelijke plan af en lieten we ons door de tuktuk afzetten bij de rivier om een rondvaart met de longtailboat door de khlongs te maken. Bangkok ligt aan de monding van de Chao Prayarivier, die dwars door de stad kronkelt. Talloze kanalen (khlongs) monden in de rivier uit en vormen met elkaar een doolhof van smalle waterwegen. 


De Chao Praya komt vanuit het noorden van Thailand en heeft door de eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het land.  De rivier is een levensader voor Bangkok, maar kan ook een bedreiging vormen voor de stad en omgeving, zoals in 2011 bij de overstromingen als gevolg van hevige regenval . De waterstanden en de stroomrichting worden ook beïnvloed door de getijden uit de Golf van Thailand. Later aangelegde dammen, sluizen en waarschuwingssystemen moeten voorkomen dat de stad weer door het water wordt belaagd.

In en uit de khlong moesten we dan ook een sluis passeren en toen merkten we al dat we niet de enige longtailboot waren! Wachten in slagorde. Wolken vuile dieselolie op het moment dat alle motoren weer werden gestart. Het aardige van zo'n boottocht is dat je een glimp opvangt van het dagelijks leven van de plaatselijke bevolking. Eenvoudige houten golfplaatwoningen op palen, sommige behoorlijk ingezakt. andere samengesteld uit allerhande materialen en afval, bouwvallen.... maar ook veel goed verzorgde villa's met vrolijke tuinen en goud-schitterende tempels wisselden elkaar af. Arm of rijk: overal hangt de was te drogen en de gouden Boeddha torent overal bovenuit.
















Longtailboten zijn niet voor een kleintje vervaard, zo zouden we ervaren. Eenmaal weer door de sluis op de grote rivier denderde de boot met een reuzevaart terug naar de overkant om ons ondanks het opspattende water weer droog en wel aan wal te zetten. Dat was op een steenworpafstand van Tha Tien oftewel Pier 8, vanwaar kleine veerboten  je voor 5 bht overzetten naar Wat Arun. Zo besloten we de schitterende torens van Wat Pho aan deze zijde weer achter ons te laten en eerst de Tempel van de Dageraad op de westelijke oever te bezoeken. 



Wat Arun mocht er dan op afstand met tegenlicht een beetje grauw uitzien, eenmaal ter plekke werden we verrast door het grote en prachtige complex. De ingang wordt bewaakt door twee imposante reuzen. De legende vertelt de historie van de twee reuzen van Wat Arun en Wat Pho. Ooit waren de twee aan weerszijden van de rivier goede vrienden, maar na een flinke ruzie, waarbij ze alles op beide oevers kort en klein sloegen, heeft de god Shiva hen in steen veranderd om een eind te maken aan hun destructieve optreden. Deze reuzen zijn evenwel niet zomaar mytische wezens, maar ook figuren uit het Thaise epos Ramakien.  Wat (=tempel) Arun (=dageraad) is een boeddhistisch tempelcomplex: de Tempel van de Dageraad, genoemd naar de Hindoe god Aruna. 



Wat Arun dateert uit de Ayutthaya periode en is gebouwd in de stijl van de Khmer-architectuur. De centrale Prang (toren) is door koning Rama III tot de huidige hoogte (ca. 70m) opgetrokken. Deze centrale prang staat symbool voor de berg Meru De vier kleinere prangs eromheen symboliseren de vier windstreken. Maar voor we zover waren bewonderden we de galerijen en de andere rijk versierde tempelgebouwen. De grijze Chinese beelden op het terras staken daar sober bij af, maar daarom niet minder mooi wat mij betreft. 






De schoonheid en kleurenrijkdom van de mozaïeken die de prangs bekleden is werkelijk indrukwekkend. De mozaïeken zijn gemaakt van zeeschelpen en de scherven van het porcelein dat de Chinezen in vroeger tijden in hun schepen meebrachten om deze te verzwaren ten bate van de stabiliteit. Eenmaal in rustiger wateren bij de haven gooiden ze alles overboord. Hergebruik in optima forma! 


We hebben ons verbaasd over de vele mensen in traditionele feestkledij, die niet moe werden om zich in allerlei poses te laten vereeuwigen. Met professionele fotografen werden hier duidelijk complete fotosessies gehouden. Naderhand begreep ik dat de verhuur van dit soort kleding en de fotosessies een hele business is, die zulke hinderlijke vormen begon aan te nemen dat daar nu regels voor zijn opgesteld. Het is natuurlijk een fotogenieke omgeving, waarbij komt dat de trappen van Wat Arun tot een bepaald niveau beklommen mogen worden, waardoor je een omloop kunt maken met een mooi overzicht naar alle kanten. Op elk van de kleinere prangs staat een god van de wind te paard als teken van kracht en beweging. Ook zien we de god Indra op de driekoppige olifant Erawan.  


De trappen zijn in Khmerstijl akelig steil, dus de hoogste trap, als die al toegankelijk zou zijn, zou ik niet graag betreden!

Na een paar uur ruilden we de tempel in voor een streetfoodtentje (jippie! met airco binnen!) in de belendende straat en de beleving van een soep in een "teiltje" vond ik ook tamelijk goddelijk op dat moment. Daarna gingen we met de tuktuk terug naar het hotel: zwembad met ijskoud versgeperst vruchtensap, 's avonds heerlijke hapjes bij Madame Musur maakten de dag compleet. 


Wat Arun staat op de Wereld Erfgoed Lijst. Veel gedetailleerde informatie op  https://whc.unesco.org/en/tentativelists/6821/
Het verhaal over de reuzen vond ik op : https://www.nationthailand.com/life/art-culture/40048978
Ook eenvoudige achtergrondinformatie op : https://www.wat-arun.com/

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Bangkok: met de longtail door de khlongs en naar Wat Arun

We hadden twee dagen om Bkk te verkennen. Dat was dus een kwestie van keuzes maken. Ons hotel hadden we zo uitgezocht dat we in het levendig...