Posts tonen met het label tempels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tempels. Alle posts tonen

29.3.26

Drakenroute naar Kanchanaburi

Dag 9. Vertrek uit Tha Kradan naar Kanchanaburi.
Bij de meeste accommodaties is de inchecktijd vanaf 14.00 uur. Dus 10.30 was vroeg genoeg om op pad te gaan en eerst nog een uitstapje te maken naar de zuidkant van Kanchanaburi, terwijl we nog gebruik konden maken van mr Aum's diensten voordat hij naar Bangkok terug zou gaan. En zo stonden er dan toch weer twee tempels op het programma : Wat Ban Tham en Tham Sua. Ze liggen niet ver van elkaar langs de Mae Klong River. Voordat we bij de eerste tempel kwamen, passeerden we uitgestrekte velden met Chinese grafheuvels. In tegenstelling tot de crematierituelen die bij het Thais boeddhisme horen, begraven de Chinezen hun doden. 


Ik had iets leuks gelezen over Wat Ban Tham ofwel de Dragon Head Temple. Het moge duidelijk zijn waar de naam vandaan komt. Voorbij de robuuste wachter klommen we de trappen op om vervolgens bij de muil van de draak naar binnen te gaan en via zijn lange keel met muurschilderingen verder te klimmen tot we in een ruime grot met een Boeddhabeeld kwamen. Daarmee heb ik het aardigste deel wel benoemd. De uitdaging om nog 400 stalen traptreden naar de tempel bovenop de berg te beklimmen, hebben we in ons rugzakje gedaan. De grottempel is al heel oud en nog steeds in gebruik bij de monniken, maar maakte op ons een wat rommelige indruk. Ook het benedenterrein heeft meer iets weg van een pretpark. Die draken moeten we overigens wel serieus nemen. Naga's hebben een diepe mythologische betekenis in zowel hindoeïsme als boeddhisme in heel Zuidoost Azië. Naga's komen heel vaak voor - met name bij tempels - in de vorm van een slang of draak of zelfs meerkoppige draken. Ze hebben magische krachten en bieden bescherming tegen boze geesten. In Thailand zijn de naga's nauw verweven met het geloofsleven en de cultuur. Zozeer dat de regering in november 2022 de naga tot nationaal symbool van Thailand heeft verklaard. 



Verschil moet er zijn. Op korte afstand ligt Wat Tham Sua, de Tiger Cave Temple op een hoge heuvel te midden van de rijstvelden.  Een grot hebben we hier niet gevonden, maar wel een groot en fraai complex met verschillende grote en kleine tempels, pagodes en een enorm Boeddhabeeld. En ook draken, overal, met drie koppen! En ook weer een flinke trap om te beklimmen, maar dat was geen probleem en reeds vanaf het eerste plateau hadden we een prachtig uitzicht over de omringende rijstvelden, de rivier en de verre bergen.



"Luang Pho Yai" is een populair gebeds- en meditatiepunt. Wij hebben op deze locatie niet veel westerlingen gezien, wel veel locals of mensen uit andere delen van Azië. 
Bijzondere architectuur, veel sierlijke kunstwerken en veel goud. Ik vond de rijen met bronzen klokken bij de eerste pagode erg mooi. Ze hadden allemaal een eigen klank. 
Via een centrale binnentrap van een van de pagodes kon je helemaal omhoog klimmen. De zalen van iedere etage waren gesierd met muurschilderingen die de krijgsgeschiedenis en de vorsten van Siam weergaven en het leven van Boeddha. Door de vensters van de bovenverdiepingen konden we neerkijken op het hele tempelcomplex en de wijde omgeving.









Niet alleen de tempels, maar ook de landelijke omgeving waren de aanleiding geweest om hiernaartoe te gaan. Op het internet wordt het Meena Café als eetgelegenheid getipt, wij kwamen terecht bij een vergelijkbare uitspanning temidden van de rijstvelden: Rakkanna Noodle Shop is een erg leuke, traditionele eet- en rustgelegenheid met heerlijke noodle soep. We zagen er alleen maar locals en er is ook geen woord Engels bij, maar met alleen noodles en not spicy plus de geïllustreerde menukaart vormde dat geen enkel obstakel. Bovendien hadden wij nog mr Aum bij ons en die trad altijd graag als intermediair op om het ons naar de zin te maken. Waarom begin ik steeds over dat eten? Iets eten is niet alleen lekker, een beleving op zich, maar ook gewoon nodig. We sjouwden hier heel wat rond, soms in de volle zon bij zo'n 34° en alleen water volstond niet om de puf erin te houden. Wat zouten en mineralen en een beker koel vers vruchtensap brachten ons steeds weer tot leven. 's Avonds ook een lichte maaltijd, snacken en snoepen deden we nauwelijks. 






De rijst was binnen, alles was nu bruin en droog. Er werd aan irrigatiekanalen gewerkt. Magere koeien en geiten liepen in de verte nabij enkele huizen. Een reigersoort, die we overal tegenkwamen, baggerde langs een sloot op zoek naar een hapje. Duiven vlogen steeds in grote troepen op uit het veld om even verderop weer neer te strijken. Het was leuk om over de vlonders en loopbruggen te lopen en even te genieten van de landelijke stilte. Wat Tham Sua torende boven alles uit.


Welnu, voorlopig hadden we weer genoeg tempels gezien. We reden naar ons hotel. Good Times Resort ligt aan de river Kwai (Khwae), niet ver van de beroemde brug. Daar namen we afscheid van mr Aum. We hadden tot wederzijds welbevinden de afgelopen dagen met elkaar doorgebracht, maar bij onze activiteiten in Kanchanaburi zouden we niet echt een taxi nodig hebben. Good Times Resort is een middengroot hotel met een tropische tuin met visvijers, twee zwembaden en een restaurant aan de rivierzijde. Wij hebben deze middag geen actie meer ondernomen, maar genoten van de tuin en het zwembad. Ter plekke gegeten en daarna in een heerlijk bed geslapen!







26.3.26

Ayutthaya tempeltocht vervolg: Wat Yai Chaimongkol en Wat Phanan Choeng

We vervolgden onze tocht langs de historische tempels vanaf het centrale eiland naar de zuidoostelijke oevers van de Chao Praya rivier.
De hoogste chedi (stupa) van Ayuttaya behoort tot Wat Yai Chaimongkol (Chai Mongkhon), buiten het eiland in het zuidoosten van de stad. De tempel werd in 1357 gebouwd voor monniken die uit Sri Langka terugkeerden. De grote chedi werd in 1592 door koning Naresuan toegevoegd ter herdenking aan zijn overwinning op het Birmese leger. Op het terras rondom de chedi staan rijen gerestaureerde Boeddhabeelden in saffraankleurige gewaden. Ook de liggende Boeddha bij de ingang was gehuld in een saffraankleurig doek, maar kort na onze komst werd dit verwijderd en lag deze grote Boeddha nakend wit onder de stralende zon, terwijl veel mensen met wierook en lotusbloemen eer kwamen bewijzen. 



Wat Yai Chaimonkol is nog steeds een actieve religieuze site, waar locals en monniken hun dagelijkse rituelen en ceremonies uitvoeren, een plaats van bezinning en respect. Langs de viharn liepen wij naar de grote chedi. Met vele anderen hebben wij de trap naar omhoog beklommen, die toegang gaf tot een ruimte met strak vormgegeven nissen en in het midden een heel diepe put waarin men munten gooide. De wensput behoort blijkbaar tot alle windstreken. Vanaf de bovenste rondgang hadden we een mooi uitzicht over het complex en de stad. Zonder kleerscheuren daalden we de steile trap met de smalle treden af. 




Phra Phanan Choeng is gebouwd in 1324, 26 jaar voor de stichting van Ayutthaya door koning U-Thong. De tempel ligt aan de samenvloeiïng van de Chao Praya en de Pa Sak-rivier. In het gebied leefde destijds een Chinese gemeenschap, die best groot moet zijn geweest, aangezien ze in staat was om een van de grootste Boeddhabeelden van Siam te bouwen. Migratie van Chinezen naar de havens en markten bij de golf van Siam was niet ongewoon in die tijd.  Het is een van de oudste, mooiste en meest vereerde Boeddhabeelden van Thailand, waarover ook Gijsbert Heeck, een dokter bij de VOC in 1655 bewonderend schreef, zo lees ik op de website van History of Ayutthaya


Maar eerst kwamen we in de ubosot. De twee buitenste Boeddhabeelden aldaar worden gedateerd rond 1357. Lange tijd zijn ze bedekt geweest met een pleisterlaag van verschillende materialen om de Birmese indringers te misleiden omtrent hun waarde. Pas bij een schoonmaakbeurt in 1963 ontdekte men de edelmetalen eronder: goud bij de een en een legering van koper, zilver en goud bij de ander. Het middelste beeld in een met goud bedekt stenen beeld uit de Ayutthaya periode. De muurschilderingen zijn nog niet zo oud.


Wij betraden de hal met de grote Boeddha via de achterzijde, omdat het aan de voorzijde heel erg druk was. Tal van mensen kwamen om te bidden en eer te betonen. Zowel de prachtige hal als de enorme Boeddha, omringd door tal van andere Boeddhabeelden, vond ik indrukwekkend. 




Thai noemen deze Boeddha Luang Pho,  Thai van Chinese afkomst en Chinezen hanteren de naam Sam Po Kong. Het beeld zit in de klassieke houding van Boeddha die de verleiding van Mara bedwingt met de rechterhand naar de aarde. Het beeld is ongeveer 19 m hoog en 14 m breed (ter hoogte van de schoot). 


Het is een groot complex en er is ook een toegang vanaf de rivier.  Maar wij hebben het hierbij gelaten en zijn dezelfde route teruggelopen naar onze taxi via de omringende hallen waar een levendige verkoop van wierook, lotusbloemen etc. plaatsvond. Het is een oude wereld, maar voor ons nieuw, want wij zijn niet bekend met het boeddhisme. Overal leren we evenwel weer iets nieuws. Ondertussen waren we wel toe aan de rust en het zwembad van ons buitenverblijf. Met mr Aum spraken we af om 's avonds nog een keer naar de avondmarkt te gaan. Ook een andere wereld, maar dan een waaraan we graag actief deelnemen.

Kanchanaburi : Death Railway Museum en boottocht over de Kwai River

Dag 11. Gisteren zijn we met de trein naar het Wang Po  viaduct bij Tam Krasae geweest. Dat was in feite een heel prettig toeristisch uitst...