Bij de meeste accommodaties is de inchecktijd vanaf 14.00 uur. Dus 10.30 was vroeg genoeg om op pad te gaan en eerst nog een uitstapje te maken naar de zuidkant van Kanchanaburi, terwijl we nog gebruik konden maken van mr Aum's diensten voordat hij naar Bangkok terug zou gaan. En zo stonden er dan toch weer twee tempels op het programma : Wat Ban Tham en Tham Sua. Ze liggen niet ver van elkaar langs de Mae Klong River. Voordat we bij de eerste tempel kwamen, passeerden we uitgestrekte velden met Chinese grafheuvels. In tegenstelling tot de crematierituelen die bij het Thais boeddhisme horen, begraven de Chinezen hun doden.
Ik had iets leuks gelezen over Wat Ban Tham ofwel de Dragon Head Temple. Het moge duidelijk zijn waar de naam vandaan komt. Voorbij de robuuste wachter klommen we de trappen op om vervolgens bij de muil van de draak naar binnen te gaan en via zijn lange keel met muurschilderingen verder te klimmen tot we in een ruime grot met een Boeddhabeeld kwamen. Daarmee heb ik het aardigste deel wel benoemd. De uitdaging om nog 400 stalen traptreden naar de tempel bovenop de berg te beklimmen, hebben we in ons rugzakje gedaan. De grottempel is al heel oud en nog steeds in gebruik bij de monniken, maar maakte op ons een wat rommelige indruk. Ook het benedenterrein heeft meer iets weg van een pretpark. Die draken moeten we overigens wel serieus nemen. Naga's hebben een diepe mythologische betekenis in zowel hindoeïsme als boeddhisme in heel Zuidoost Azië. Naga's komen heel vaak voor - met name bij tempels - in de vorm van een slang of draak of zelfs meerkoppige draken. Ze hebben magische krachten en bieden bescherming tegen boze geesten. In Thailand zijn de naga's nauw verweven met het geloofsleven en de cultuur. Zozeer dat de regering in november 2022 de naga tot nationaal symbool van Thailand heeft verklaard.
Verschil moet er zijn. Op korte afstand ligt Wat Tham Sua, de Tiger Cave Temple op een hoge heuvel te midden van de rijstvelden. Een grot hebben we hier niet gevonden, maar wel een groot en fraai complex met verschillende grote en kleine tempels, pagodes en een enorm Boeddhabeeld. En ook draken, overal, met drie koppen! En ook weer een flinke trap om te beklimmen, maar dat was geen probleem en reeds vanaf het eerste plateau hadden we een prachtig uitzicht over de omringende rijstvelden, de rivier en de verre bergen.
"Luang Pho Yai" is een populair gebeds- en meditatiepunt. Wij hebben op deze locatie niet veel westerlingen gezien, wel veel locals of mensen uit andere delen van Azië.
Bijzondere architectuur, veel sierlijke kunstwerken en veel goud. Ik vond de rijen met bronzen klokken bij de eerste pagode erg mooi. Ze hadden allemaal een eigen klank.
Via een centrale binnentrap van een van de pagodes kon je helemaal omhoog klimmen. De zalen van iedere etage waren gesierd met muurschilderingen die de krijgsgeschiedenis en de vorsten van Siam weergaven en het leven van Boeddha. Door de vensters van de bovenverdiepingen konden we neerkijken op het hele tempelcomplex en de wijde omgeving.
Niet alleen de tempels, maar ook de landelijke omgeving waren de aanleiding geweest om hiernaartoe te gaan. Op het internet wordt het Meena Café als eetgelegenheid getipt, wij kwamen terecht bij een vergelijkbare uitspanning temidden van de rijstvelden: Rakkanna Noodle Shop is een erg leuke, traditionele eet- en rustgelegenheid met heerlijke noodle soep. We zagen er alleen maar locals en er is ook geen woord Engels bij, maar met alleen noodles en not spicy plus de geïllustreerde menukaart vormde dat geen enkel obstakel. Bovendien hadden wij nog mr Aum bij ons en die trad altijd graag als intermediair op om het ons naar de zin te maken. Waarom begin ik steeds over dat eten? Iets eten is niet alleen lekker, een beleving op zich, maar ook gewoon nodig. We sjouwden hier heel wat rond, soms in de volle zon bij zo'n 34° en alleen water volstond niet om de puf erin te houden. Wat zouten en mineralen en een beker koel vers vruchtensap brachten ons steeds weer tot leven. 's Avonds ook een lichte maaltijd, snacken en snoepen deden we nauwelijks.
De rijst was binnen, alles was nu bruin en droog. Er werd aan irrigatiekanalen gewerkt. Magere koeien en geiten liepen in de verte nabij enkele huizen. Een reigersoort, die we overal tegenkwamen, baggerde langs een sloot op zoek naar een hapje. Duiven vlogen steeds in grote troepen op uit het veld om even verderop weer neer te strijken. Het was leuk om over de vlonders en loopbruggen te lopen en even te genieten van de landelijke stilte. Wat Tham Sua torende boven alles uit.
Welnu, voorlopig hadden we weer genoeg tempels gezien. We reden naar ons hotel. Good Times Resort ligt aan de river Kwai (Khwae), niet ver van de beroemde brug. Daar namen we afscheid van mr Aum. We hadden tot wederzijds welbevinden de afgelopen dagen met elkaar doorgebracht, maar bij onze activiteiten in Kanchanaburi zouden we niet echt een taxi nodig hebben. Good Times Resort is een middengroot hotel met een tropische tuin met visvijers, twee zwembaden en een restaurant aan de rivierzijde. Wij hebben deze middag geen actie meer ondernomen, maar genoten van de tuin en het zwembad. Ter plekke gegeten en daarna in een heerlijk bed geslapen!




















































