Posts tonen met het label Ayutthayah. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ayutthayah. Alle posts tonen

26.3.26

Ayutthaya tempeltocht vervolg: Wat Yai Chaimongkol en Wat Phanan Choeng

We vervolgden onze tocht langs de historische tempels vanaf het centrale eiland naar de zuidoostelijke oevers van de Chao Praya rivier.
De hoogste chedi (stupa) van Ayuttaya behoort tot Wat Yai Chaimongkol (Chai Mongkhon), buiten het eiland in het zuidoosten van de stad. De tempel werd in 1357 gebouwd voor monniken die uit Sri Langka terugkeerden. De grote chedi werd in 1592 door koning Naresuan toegevoegd ter herdenking aan zijn overwinning op het Birmese leger. Op het terras rondom de chedi staan rijen gerestaureerde Boeddhabeelden in saffraankleurige gewaden. Ook de liggende Boeddha bij de ingang was gehuld in een saffraankleurig doek, maar kort na onze komst werd dit verwijderd en lag deze grote Boeddha nakend wit onder de stralende zon, terwijl veel mensen met wierook en lotusbloemen eer kwamen bewijzen. 



Wat Yai Chaimonkol is nog steeds een actieve religieuze site, waar locals en monniken hun dagelijkse rituelen en ceremonies uitvoeren, een plaats van bezinning en respect. Langs de viharn liepen wij naar de grote chedi. Met vele anderen hebben wij de trap naar omhoog beklommen, die toegang gaf tot een ruimte met strak vormgegeven nissen en in het midden een heel diepe put waarin men munten gooide. De wensput behoort blijkbaar tot alle windstreken. Vanaf de bovenste rondgang hadden we een mooi uitzicht over het complex en de stad. Zonder kleerscheuren daalden we de steile trap met de smalle treden af. 




Phra Phanan Choeng is gebouwd in 1324, 26 jaar voor de stichting van Ayutthaya door koning U-Thong. De tempel ligt aan de samenvloeiïng van de Chao Praya en de Pa Sak-rivier. In het gebied leefde destijds een Chinese gemeenschap, die best groot moet zijn geweest, aangezien ze in staat was om een van de grootste Boeddhabeelden van Siam te bouwen. Migratie van Chinezen naar de havens en markten bij de golf van Siam was niet ongewoon in die tijd.  Het is een van de oudste, mooiste en meest vereerde Boeddhabeelden van Thailand, waarover ook Gijsbert Heeck, een dokter bij de VOC in 1655 bewonderend schreef, zo lees ik op de website van History of Ayutthaya


Maar eerst kwamen we in de ubosot. De twee buitenste Boeddhabeelden aldaar worden gedateerd rond 1357. Lange tijd zijn ze bedekt geweest met een pleisterlaag van verschillende materialen om de Birmese indringers te misleiden omtrent hun waarde. Pas bij een schoonmaakbeurt in 1963 ontdekte men de edelmetalen eronder: goud bij de een en een legering van koper, zilver en goud bij de ander. Het middelste beeld in een met goud bedekt stenen beeld uit de Ayutthaya periode. De muurschilderingen zijn nog niet zo oud.


Wij betraden de hal met de grote Boeddha via de achterzijde, omdat het aan de voorzijde heel erg druk was. Tal van mensen kwamen om te bidden en eer te betonen. Zowel de prachtige hal als de enorme Boeddha, omringd door tal van andere Boeddhabeelden, vond ik indrukwekkend. 




Thai noemen deze Boeddha Luang Pho,  Thai van Chinese afkomst en Chinezen hanteren de naam Sam Po Kong. Het beeld zit in de klassieke houding van Boeddha die de verleiding van Mara bedwingt met de rechterhand naar de aarde. Het beeld is ongeveer 19 m hoog en 14 m breed (ter hoogte van de schoot). 


Het is een groot complex en er is ook een toegang vanaf de rivier.  Maar wij hebben het hierbij gelaten en zijn dezelfde route teruggelopen naar onze taxi via de omringende hallen waar een levendige verkoop van wierook, lotusbloemen etc. plaatsvond. Het is een oude wereld, maar voor ons nieuw, want wij zijn niet bekend met het boeddhisme. Overal leren we evenwel weer iets nieuws. Ondertussen waren we wel toe aan de rust en het zwembad van ons buitenverblijf. Met mr Aum spraken we af om 's avonds nog een keer naar de avondmarkt te gaan. Ook een andere wereld, maar dan een waaraan we graag actief deelnemen.

Ayutthaya: dag van de tempeltochten: Wat Mahathat, Wat Phrasisanpeth en Wihan Phra Mongkhon Bophit,

Dag 6. Gisteren hadden we bij Wat Chaiwatthanaram een kaartje voor het hele Historical park gekocht en dat omvat in feite het historische centrum op het eiland van Ayutthaya. Meer dan ruïnes zijn er na de verwoestingen door Birmese strijdkrachten in 1767 niet van overgebleven. Maar het is een uitgebreide archeologische vindplaats, waarvan delen zijn gerestaureerd en gereconstrueerd, en het staat in zijn geheel op de Wereld Erfgoedlijst. Het WHC geeft op zijn website een mooie samenvatting van het historische en culturele belang van Ayutthaya als tweede hoofdstad van het Siam-rijk. Het is teveel om allemaal te zien, zeker in ons tempo. Zelf fietsen of met de tuktuk helpt zeker om de afstanden te overbruggen, maar wij hadden onze taxi. Mr Aum zou ons vandaag naar een vijftal tempels brengen: Wat Mahathat, Wat Phrasisanpeth en de naastgelegen Wihan Phra Mongkhon Bophit op het eiland en daarbuiten naar Wat Yai Chai MongKhon en Wat Phanan Choeng. 


Wat Mahathat bevindt zich in het centrum en was een koninklijke tempel waar heilige relikwieën van Boeddha waren. Het was dus een belangrijke tempel. Koning Borommarache I begon de bouw van de grote prang in 1374 en deze hoofdprang werd in daarop volgende tijden door andere koningen uitgebreid o.a. met zuilengalerijen. Na instorting volgde renovatie, maar na de val van Ayutthaya werd deze pagode verlaten en raakte definitief in verval. Het duurde echter tot 1911 dat tijdens de regering van koning Rama VI de prang zou instorten. Alleen het symmetrische grondvlak met de grote trap is bewaard gebleven. 
De Koninklijke Vihara (Royal Sermon Hall) is op dezelfde aslijn gebouwd als de grote prang en stond daarmee, evenals de ubosot, in verbinding. 
Wij vonden al snel het Boeddhahoofd, dat op en tussen de wortels van de grote Bodhiboom rust en waaraan de tempel zeker een deel van zijn aantrekkingskracht dankt. Waarschijnlijk is bij de onthoofding van de boeddhabeelden door de Birmezen dit hoofd naast een jonge bodhiboom gevallen en er door de jaren heen door omarmd. 








Wij hebben ongeveer een uur op het tempelcomplex rondgelopen en vonden het indrukwekkend. De torens of pagoda's die een beetje de vorm van een maiskolf hebben, worden prang genoemd. De torens in een soort klokvorm met een spits heten chedi's of stupa's. Hier en daar ontdekten we nog versieringen of beelden uit de oude tijd. 


Rond half 11was het warm maar niet onaangenaam; desondanks erg prettig om even door mr Aum naar de volgende tempel gebracht te worden. De toegang naar Wat Phrasisanpeth en Wihan Phra Mongkhon Bophit voert door dezelfde poort. Ze liggen naast elkaar. De maquette van Phrasisanpeth geeft een overzichtelijk beeld van het ooit schitterende tempelcomplex. 


Wat Phra Si Sanphet is in 1448 gebouwd op het terrein van het Koninklijk Paleis en was de koninklijke tempel, zoals Wat Phra Kaew later in Bangkok. Er woonden geen monniken. Die werden hooguit bij speciale gelegenheden uitgenodigd. Het is een uitgestrekt terrein, maar het meest in het oog springen de drie grote klokvormige chedi's op een verhoogd terras. Deze werden in een periode eind 15e-begin 16e eeuw gebouwd en bevatten o.a. de as van drie koningen. Bij de verwoesting van Ayutthaya is één chedi gespaard gebleven en dus nog authentiek, de andere twee zijn herbouwd. 





We kwamen bij de Chom Thong Throne Hall (noordoosten van het terrein), waarschijnlijk de plaats waar de koning kwam om naar de preek te luisteren. 

Het was heerlijk om hier nog in het ochtendlicht rond te lopen en te genieten van de serene rust die overal heerste. Het hele complex is omgeven door een muur met een poort aan elke zijde, naar ieder van de vier windrichtingen. 
Op Thailandblog vond ik weer interessante achtergrondinformatie over Wat Phra Si Sanpeth.


Na ca. 3 kwartier vertrokken we om naar Wihan Phra Mongkhon Bophit te lopen. 
Deze wihan (ofwel viharn ofwel preekzaal) is nog volop in gebruik en herbergt gewoonlijk het gelijknamige Boeddhabeeld, een van de weinige die de verwoesting in 1767 hebben overleefd. Het zittende Boeddhabeeld is ca. 13 m hoog en oorspronkelijk gemaakt van brons en baksteen, later bekleed met bladgoud. Voor de tempel stond evenwel een groot bord dat Phra Mongkhon Bophit tijdelijk afwezig was. Binnen vonden wij vooral de historische fotoserie van de verwoeste tempel en de restauratie van dat alles interessant. 
Meer informatie op deze architectuur website

Bij het naastgelegen terrein worden blijkbaar olifantenritten aangeboden. Het bestaat nog steeds helaas. Wij doen hier niet aan mee en zijn bij mr Aum in de taxi gestapt voor onze volgende tempels. Ga met ons mee naar Wat Chaimongkol en Wat Phanan Choeng.

25.3.26

Ayutthayah: genieten van Baan Thai House en de avondmarkt

Baan Thai House is zo'n accommodatie waar ik graag wat meer aandacht aan besteed, omdat het een belevenis op zich is. Het ontleent zijn charme aan de kleine groene oase rond een vijver, waar lage tuinbungalows en enkele authentieke traditionele Thaise huizen plaats bieden aan de gasten. Onze gastvrouw vertelde dat het resort in 2009 gebouwd is, maar niet lang daarna in 2011 is getroffen door de grote overstromingen. Ellendige pech natuurlijk. Renovatie was noodzakelijk. Met succes evenwel. Wij hadden een tuinbungalow, eenvoudig maar ruim en van alles voorzien wat we wensten. Het was fijn om ook even stil op onze eigen veranda te kunnen zitten, prettig om buiten in de avondschemering het dagverslag te maken met de vogels en vlinders om me heen. 


Het woord Baan ben ik nogal eens tegengekomen in de namen van hotels of resorts, maar de betekenis kon ik niet achterhalen. Onze gastvrouw vertelde dat het zoiets is als huis, in de zin van thuis - de plek waar je je thuis voelt. Ze liet ons trots een van de Thaise woningen zien: prachtig hout en zo mooi gemaakt - alles met houten pennen in elkaar gezet, zonder ook maar één enkele spijker. 





De tuin met velerlei bomen en planten, de aankeding, het zwembad .... overal is zoveel zorg en aandacht aan besteed. 


Het water dat de grens vormt van het resort en de buren aan de overkant, trekt vele vogels en er was een mooi prieel om daar in alle rust 's morgens van te genieten. Zwaluwen vlogen hoog in de lucht, een witte reiger en een soort ralreiger vlogen vlak voor me langs voorbij om een stuk verderop op jacht te gaan. 




Een White-throated Kingfisher (Smyrna-ijsvogel) bleef geruime tijd op een tak zitten, poetste en schudde zijn verenkleed op. Twee Zebraduifjes bouwden een nest in de holte van een palm. Vogelsoorten als de Drongo met de sterk gevorkte staart en de Wagtail, die heel kenmerkend waaierstaart heet, herken ik gemakkelijk van onze reizen naar Afrika en Australië. Hier is het de Maleise bonte Waaierstaart, die we overal op onze tocht in Thailand zouden tegenkomen. Het zijn nogal vrijmoedige vogels, maar wel heel beweeglijk - vooral met die staart, waarmee ze insecten doen opvliegen. Er vlogen echter ook verschillende onbekende grote vogels af en aan in de bomen aan de overkant, echter dermate verstopt tussen het gebladerte dat ik ze moeilijk in beeld kon krijgen. Bij de green-billed Malkoha is dat nog een beetje gelukt.- het is een grote grijze vogel (koekkoekfamilie) met een opvallend lange staart met witte stippen op het eind en een groen-gele snavel en rood omlijste ogen.





Een soort vliegenvangertje (lijkt me) zat niet ver weg en ik was zeker blij met de foto van de black-naped Oriole (Wielewaalgroep) - mannetje geel met zwarte vleugels en staart. Myna's en Bulbuls zouden we overal in Thailand veelvuldig aantreffen en ook honingzuigers zijn alom aanwezig. Die komen later wel aan de beurt.


Aan restaurants geen gebrek in Ayutthayah, maar wat is nu leuker dan op een avondmarkt je kostje bij elkaar te scharrelen? Mr Aum had ons op deze gelegenheid geattendeerd en na de eerste avond waren we zo enthousiast dat we ook de tweede avond weer met hem hiernaartoe gegaan zijn. Stel je voor: een straatlange markt met talloze kraampjes met allerhande herkenbare en ongekende hapjes - van frituur tot fruit, groentes, sushi, complete maaltijden, saté's, vlees, kip, vissen, schaaldieren, teveel om op te noemen, zelfs al zou ik de namen weten. Alles vers en hygiënisch bereid. En het leuke is dat het een markt voor de locals is. We hebben hier niet veel toeristen gezien. Wij vonden het een avontuur en hebben een paar heerlijke hapjes en fruitdrank gescoord. En we vonden nog een zitplekje om het te nuttigen ook. 








En deze man stal de show. Hij stond te dansen en maakte zijn eiergerechten op het ritme van swingende jazz en popmuziek. Geweldig. Vlakbij ons eetplekje, dus dat was dubbel genieten. Na thuiskomst hebben we nog even heerlijk in de tuin gezeten en daarna uitstekend geslapen. We voelden ons best thuis in Baan Thai House en Ayutthayah!


Kanchanaburi : Death Railway Museum en boottocht over de Kwai River

Dag 11. Gisteren zijn we met de trein naar het Wang Po  viaduct bij Tam Krasae geweest. Dat was in feite een heel prettig toeristisch uitst...